dinsdag 9 januari 2018

Juryrechtspraak - Trial-by-Jury

De juryrechtspraak is een plechtige vormvereiste voor de berechting van kapitale misdrijven, die tevens een bijzondere publiciteitsvoorwaarde uitmaakt, die er juist uit bestaat gezworenen en getuigen samen te roepen, teneinde tot een uitspraak te komen.

Soms wil ik wel eens grasduinen in de voortreffelijke elfde editie van de Encyclopedia Britannica uit 1911, die op het internet archief te vinden is in Dejavu formaat. Er zijn een aantal redenen op te sommen waarom deze editie uitmuntend is, ook al is hij meer dan 100 jaar oud.
Zo is het de eerste maal dat het systeem en de rubrieken van een encyclopedie vanuit een evolutionistisch standpunt zijn opgezet aan de hand van het filosofische denken van Herbert Spencer. Disciplines als sociologie en psychologie maken hun eerste opwachting in deze editie van de Encyclopedia Britannica. Een aantal bijdragen en artikels werden geleverd door Bertrand Russell, terwijl het artikel over Radioactiviteit van de hand van Rutherford is. Technische en wetenschappelijke artikels zijn natuurlijk vaak achterhaald, hetgeen vaak zijn eigen charme heeft, terwijl dit voor filosofische, historische en rechtshistorische onderwerpen niet zo zeer speelt en men de gedegen grondigheid van deze Britannica kan waarderen.

In België beroert sinds enige tijd de juryrechtspraak in de Hoven van Assisen de publieke opinie.
De minister van justitie wil deze afgeschaft zien en had reeds maatregelen genomen om de doorverwijzing van kapitale strafzaken naar het Hof van Assisen zoveel als mogelijk te beperken. Een aantal instanties zoals de Liga voor de Rechten van de Mens, een rechtbankjournalist edm. hadden zich voor het Grondwettelijk Hof voorzien tegen de zgn. Potpourri-Wet II van de minister van justitie, hetgeen leidde tot het arrest van 21 december 2017 (zie hieronder).
Aangezien het concept van juryrechtspraak naar mijn aanvoelen toch vooral in het angelsaksiche common law zijn wortels heeft en vooral in de Verenigde Staten zijn hoogtepunt bereikte, besloot ik het trefwoord Jury eens op te sporen in de genoemde editie van de Encyclopedia Britannica.
Dus opende ik de folder waar ik de 29 pdf-bestanden, die de encyclopedie uitmaken, bewaar en pikte het juiste volume 15 Italy - Kyshtym eruit en bladerde het door op zoek naar het bewuste artikel, waarbij ik ook nog artikels over Jurisprudence, Justinian en Judge-of-the Paix voorbij zag gaan.
Van het artikel over de jury nam ik enige schermafbeeldingen, die toelaten zich een beeld te vormen van het gevoerde relaas en die ik hieronder weergeef.


De oorsprong van de juryrechtspraak werd reeds uitvoerig onderzocht door juristen en historici en de kiem van de juryrechtspraak zou te vinden zijn in de Frankische inquest (recognitio of inquisitio) en door Normandische koningen ingevoerd zijn in Engeland. De essentie van het onderzoek (inquisitio) was het oproepen van een lichaam van buren door een openbaar officier om onder ede (recognosere veritatem) antwoord te geven over enige vraag inzake feiten of het recht (ius) of feiten en recht gemengd. Het doel van het voorwerp van het onderzoek was doorgaans om informatie in te winnen voor de vorst bvb. om zekere feiten te bevestigen waarop een belasting gegrond werd. Zo zou het Domes Day Book (vgl. kadaster) opgesteld zijn aan de hand van antwoorden op gevoerde onderzoeken.

De oorsprong van de jury werd grondig onderzocht in de werken van:
W. Forsyth, 'History of the Trial by Jury' (1852)
W. Stubbs,  'Constitutional History'

Het jurysysteem, net als andere instituten, wordt populair beschouwd als het werk van één enkele wetgever en in Engeland gewoonlijk toegewezen aan Alfred de Grote. Deze veronderstelling mist echter historische grondslag en evenmin is het correct om de jury te bekijken als een kopie van een verwante instelling, die in enig ander Germaans of Scandinavisch land wordt gevonden.
Veel gezaghebbende schrijvers, zo beweert Stubbs, hebben voorgehouden dat het gehele jurysysteem inheems is voor Engeland, en volgens sommigen afgeleid werd uit de Keltische traditie, die gebaseerd was op principes uit het Romeins Recht en door de Angelsaksen en de Noormannen overgenomen van de volkeren die zij veroverden. Anderen hebben het beschouwd als een product van het legale genie van de Angelsaksen, waarvan Alfred de Grote de mythische verpersoonlijking is.
Datgene wat in aard en tijd het meest nabijkomt aan de procesvoering met een jury is het systeem van recognitio door onderzoek van gezworenen. Dat onderzoek is volgens Stubbs direct afgeleid van de Frankische capitularia, die het op hun beurt hebben onttrokken aan fiscale bepalingen in de Codex Theodosianus en zo een verre verwantschap aantonen met het Romeins recht.
Forsyth komt grotendeels tot hetzelfde besluit dat de juryrechtspraak zich ontwikkelde uit de figuur van de recognitio die door de Noormannen werd overgeleverd en door de Engelse juristen verder werd uitgewerkt en vorm gegeven tot juryrechtspraak. Het was gebonden in de vereiste dat betwiste zaken zouden worden beslecht door de stem van beëedigde getuigen (gezworenen), die opgeroepen waren uit de buurt om naar waarheid te verklaren wat zij gezien of gehoord hadden. Zo ook besluiten Pollock en Maitland in hun 'History of English Law'.

Het onderzoek door recognitio was eerder een onderzoek dat ambtshalve gevoerd werd om zekere feiten te bevestigen die in het belang waren van de Kroon of de Exchequer o.a. als grondslag voor te heffen belastingen. Geleidelijk aan werd het onderzoek door recognitio ook toegestaan aan rechtssubjecten als een manier om geschillen over de feiten te regelen.
Bij wet van Henry II werd het onderzoek naar recognitio ook toegelaten bij betwistingen over de eigendom en bezetting van een allodiaal erf. Een verweerder in zulk een aanklacht kon voortaan afstand doen van het gerechtelijk tweegevecht en de keuze doen voor een procesvoering onder Assisen, dewelke als volgt werd gevoerd. De sheriff riep vier ridders op uit de nabuurschap die werden ingezworen om twaalf wettige ridders, die het best met de feiten bekend waren bijéén te brengen en op hun eed te beslissen wie de betere rechten op het land had. Indien zij alle de feiten kenden en in hun beslissing overeen stemden was alles goed en wel. Indien sommigen of allen onwetend waren over de feiten werd dit door het Hof vastgelegd en werden nieuwe ridders genoemd tot er twaalf gevonden waren die tot overeenstemming kwamen.


Door de 'Articles of Visitation' (een wet) van 1194 werd het onderscheid ingevoerd tussen de Grand Jury en de Petit Jury, waarbij de Grand Jury instaat voor de inbeschuldigingstelling en de doorverwijzing en de Petit Jury de zaak ten gronde behandelt en een oordeel velt. Voorts werd deze  procesvoering voortaan opengesteld voor zaken van de Kroon, het beoordelen van boosdoeners en hun ontvangers, alsook een grote hoeveelheid aan civiele zaken.

In een latere evolutie komt de Coroner's Jury tot stand bij wet van 1887, die eveneens bevoegd werd om zich uit te spreken over beschuldiging en doorverwijzing bij moord en doodslag.

Blackstone schuift het principe naar voor dat geen man kan veroordeeld worden dan op de unanimiteit van 24 gezworenen, uit zijn gelijken of buren gekozen;  12 in de Grand Jury en 12 in de Petty Jury.

Een voetnoot geeft aan dat het onderscheid tussen de Grand Jury en de Petit Jury verwijst naar de theorie van het systeem van de 'compurgatio', waarbij in de eerste jury de gezworenen en de eedhelpers van de aanklager worden gehoord en in de tweede jury de gezworenen en eedhelpers van de beschuldigde.


Volgens Pollock en Maitland zijn juryleden of gezworenen niet te vergelijken met de Saksische beëdigde doomsmen, omdat ze geen titels vestigen en evenmin met de compurgators of eedhelpers, omdat ze getuigen zijn, die door een partij in het proces worden opgeroepen om diens zaak te ondersteunen.

Omtrent de rechtsfiguur van de compurgatio wordt dan verder beschouwd dat in de oude procesvoering voor een jury deze tot bevestiging van de waarheid moest komen uit hun kennis van de feiten, hoe deze ook werd bekomen. Of in andere woorden meer op getuigen en verzamelaars van lokaal bewijs en geruchten leken dan op gezworenen of juryleden.

Forsyth verwijst naar de eigenaardige procesvoering 'per secta', die als een alternatief voor de jury of het assisen werd gebruikt en in principe gelijkenis vertoont met de compurgatio. De eiser bewees zijn zaak door een zeker aantal getuigen (secta), die getuigen waren van de transactie, zijn aanspraken te doen waarmerken, en de verweerder kon de aldus gevestigde aanspraken weerleggen door een groter aantal getuigen zijn versie te laten waarmerken. De tekst legt verder uit hoe de eenzelvigheid en vermenging van gezworenen juryleden en beëdigde getuigen, beiden uit de nabuurschap gekozen, gaandeweg doorheen de geschiedenis opgelost geraakte tot een duidelijk onderscheid tussen de juryleden en de getuigen.

In Engeland bedraagt het aantal juryleden 12, behalve in de arrondissementsrechtbanken waar het er 8 zijn. In civiele zaken hoeven niet alle 12 juryleden in te stemmen, maar kan vonnis worden gewezen bij meerderheid van stemmen. In criminele zaken is de unanieme beslissing van alle juryleden vereist.

In civiele zaken en bij vervolgingen van wanbedrijven is het de juryleden toegestaan uit elkaar te gaan en naar huis terug te keren tijdens het verdagen van de zitting. In zaken van landverraad, samenzwering tegen de staat en misdrijven tegen de openbare trouw en moord mogen de juryleden, eens ze ingezworen zijn, niet uit elkaar gaan dan na hun ontslag.
Deze regels zijn niet van toepassing wanneer de jury zich heeft teruggetrokken om verdict te vellen. Zij zijn dan onder toezicht geplaatst van een officier van het hof.

In het common law waren vreemdelingen gerechtigd om berecht te worden door een jury die is samengesteld 'de medietate lingua', t.t.z. voor de helft uit Engelsmannen en voor de andere helft uit vreemdelingen, die niet noodzakelijk landgenoten van de beklaagde dienen te zijn,.
Dit werd afgeschaft met de Naturalisatiewet van 1870, terwijl de Jurywet van 1870 vreemdelingen  toelaat die langer dan 10 jaar in het grondgebied wonen om zitting te nemen als jurylid.

Een jury van matrones wordt occasioneel samengeroepen om te oordelen over een verzoekschrift de ventre inspiciendo of wanneer een vrouwelijke veroordeelde tot de doodstraf zwangerschap pleit terwijl in afwachting van de executie.

Ad quaestationem legis respondent judices; ad quaestationem facti juratores (Plowden, 114)

Tot zover de aanhalingen uit het Britannica-artikel over de Jury, dat nog tal van andere details en bijzonderheden bevat o.a. over de wraking van juryleden en het hoger beroep, alsook argumenten voor en tegen de juryrechtspraak, zodanig dat het zich zeker loont het volledige artikel eens op te zoeken en na te lezen op het Internet Archive.

Boeiend vond ik zo bvb. ook de notie van de jury als een lichaam van getuigen van de procesvoering. Het aangehaalde begrip 'Fama Publica' werd door mij verder onderzocht en gevonden op een Mexicaanse website over recht en jurisprudentie.



Fama publica of publieke reputatie is de algemene mening of overtuiging die alle of de meeste buren van een stad hebben over een feit, bevestigend dat ze hebben gezien of gehoord, of dat het verwijst naar bepaalde en betrouwbare mensen die er getuige van waren.
Samenvattend vond ik in de tekst drie Romeinsrechtelijke concepten die bepalend lijken te zijn geweest bij het ontstaan van de juryrechtspraak:
  • inquisitio per recognitio (onderzoek door verklaringen onder ede)
  • compurgatio (bijeenroepen en horen van getuigen)
  • fama publica (publieke bekendheid)
 De Grondwet werd mee opgesteld door mensen die hadden gestreden tegen het autoritaire bewind van Willem I. Dit verklaart de moeilijkheden die men ondervond bij de omschrijving van de inhoud van politieke misdrijven. Enerzijds waren ze bekend met het omstreden karakter ervan, anderzijds werden de politieke misdrijven gevreesd omwille van hun kracht. Dit is dan ook de reden waarom men in de grondwet vrij vaag is gebleven over het concept[2]. Hierin wordt enkel verwezen naar politieke misdrijven in artikel 98, waarin staat dat ze worden onderworpen aan het oordeel van de jury, als symbool van volkssoevereiniteit. Dit omdat een onpartijdigheid noodzakelijk is inzake politieke misdrijven, die niet kan worden gegarandeerd door de professionele rechters.

Alle machten gaan uit dan de natie, dus ook de gerechtelijke macht. De juryrechtspraak lijkt me de ultieme uitdrukking van de volkssoevereiniteit op dat vlak. Bovendien is ze een bolwerk tegen de tyrannie en biedt ze de beste waarborgen tegen de willekeur van kroon en regering.
Wie mijn tekst 'The Importance of the Lawyer' heeft gelezen weet dan ook dat ik een voorstander ben van de juryrechtspraak.
  • Negentiende-eeuwse passionele misdrijven. Beelden en werkelijkheid
    Uit deze e-thesis blijkt duidelijk dat de jury zich niet enkel uitspreekt over schuld in de zin of iemand een bepaald feit gepleegd heeft, maar ook over de verschoningsgronden en verzachtende omstandigheden, waarbij de moraliteitsgetuigen een doorslaggevende rol spelen.
Enkele andere thesissen op e-thesis.net over assisen en kapitale misdrijven;
De lege ferenda;
Een justitieminister, die begaan is met werk en tewerkstelling voor juristen, zou het jury-systeem juist dienen uit te breiden in plaats van het omwille van besparingsmotieven te willen afschaffen. 
Zo is het mogelijk om naast de Hoven van Assisen met zijn twaalf gezworenen, tevens een jury van acht gezworenen toe te voegen aan de politierechtbanken, correctionele rechtbanken en arbeidsrechtbanken telkens deze zich dienen uit te spreken over een dodelijk slachtoffer of een geval van letselschade met meer dan 33% blijvende invaliditeit. 
Het zou ondere andere aan het publiek aantonen dat bvb. ook verkeersongevallen met dodelijke slachtoffers ernstig worden genomen.

Geen opmerkingen: